• Verzenden € 6,50 met Post.nl
  • Biologisch
  • Puur
  • Gezond
  • Duurzaam

Van Mond tot Kont

 

Evolutie van het paard:

 

Onze hedendaagse gedomesticeerde paarden hebben nog exact dezelfde spijsvertering en behoeftes als het oerpaard van duizenden, miljoenen jaren gelden. Zo legde wilde paarden soms wel 40 tot 80 km per dag af.

Ze trokken vaak rond op schaarse vlaktes op zoek naar voedsel en een waterbron. Het paard zijn spijsvertering is erop voorzien om constant voedsel tot zich te nemen.

Paarden eten zo’n 16 tot 18 uur per dag.. Het voedingspatroon bestond uit een lage kwaliteit ruwvoer met veel vezels. Op sociaal vlak leven paarden met families bij elkaar. Zowel ‘wilde’ paarden als onze paarden hebben dezelfde lichaamstaal en kuddegedrag.

Als we paarden willen begrijpen, moeten we terugblikken op hun leven. Niet hun gedomesticeerde leven bij de mens, maar hun leven in de natuur. Dit leven zag er namelijk compleet anders uit. Lange afstanden afleggen, leven in kuddeverband en sociaal contact kennen de meeste gedomesticeerde paarden niet meer.  

Dit brengt, zowel fysiek als mentaal problemen met zich mee. Door onze huidige huisvestings- en voedersystemen aan te passen, kunnen we deze problemen reduceren.

In een volgende post kom ik terug op het paddock paradise systeem.

 

 

Mond:

 

Het spijsverteringskanaal van het paard moet je zien als 1 holle buis – van mond tot de kont, dus we beginnen bij de mond.

De kiezen malen het voedsel (gras, vezels) en zorgt voor verkleining van de deeltjes voedsel en tevens voor vergroting van het oppervlakte van de deeltjes doordat later in de spijsvertering de enzymen beter hun werk kunnen doen. 

Het paard maalt het voedsel  met zijn geribbelde kiezen, zijn tong en de wangspieren.

 

Er zijn 3 soorten speekselklieren ( oorspeekselklier, kaakspeekselklier, tongspeekselklier) die uitkomen in de mondholte, deze kunnen liters speeksel produceren.  Kauwen stimuleert de speekselaanmaak bij het paard.  Het zorgt voor een homogene brij die gemakkelijk door de slokdarm kan glijden. Kauwen is dus HEEEL belangrijk!! Als er niet goed gekauwd word kan dit een slokdarmverstopping veroorzaken.  In het speeksel  zit  Ca/Na Bicarbonaat dat een neutraliserende werking heeft op het maagzuur en zorgt voor een minimale buffering van de inhoud van de maag.

 

Je begrijpt dus dat, afhankelijk van de voeding je paard krijgt, een paard bij lange vezels (gras, hooi) veel meer moet kauwen en dus veel meer speeksel aanmaakt dan dat hij weinig hooi krijgt maar veel  brok (krachtvoer).  Een paard is dus gemaakt om lang te kauwen gedurende de dag.

 

 

Slokdarm:

 

De slokdarm is een 1,5 m lange flexibele slang van 2-3 cm dikte. Superdun dus. De buitenkant van de slokdarm bestaat uit glad spierweefsel. Het maakt peristaltische bewegingen die het voedsel van de mond naar de maag (kneden) werken.

De binnenkant bestaat uit glad slijmvlies. Dit zorgt ervoor dat  het voedsel goed verder kan glijden. Deze slijmvliezen zijn wel heel erg kwetsbaar, zo kan er door bijvoorbeeld hard voer (bijv. harde luzerne stengels of hele granen die niet goed gekauwd worden) de slijmvliezen makkelijk beschadigen.

 

Voer jij luzerne of escparcette die vrij hard aanvoelt?

Maak deze dan nat en laat het heel even zacht worden door het water!

 

 

Maag:

 

De maag van het paard (afhankelijk van de grootte van het paard) heeft een volume van 5- 14 Ltr. De maag heeft een knedende werking en heeft een zuur milieu – lage PH. De ingang van de maag zit in het middenrif en is een hele sterke sluitspier (pars cardiaca).

Daarna volgt de bovenkant van de maag (fundus = het ‘slokdarm gedeelte’, de ‘blinde zak’). Dit gedeelte is klierloos. Dit gedeelte is NIET bestand tegen maagzuur. In dit gedeelte van de maag komen dan ook vaak maagzweren voor.  

 

Dan het grootste deel van de maag (corpus samen met antrum) dit deel van de maag bevat klierweefsel en die weefsels scheiden maagsappen uit. Dit gedeelte is WEL bestand tegen een zure omgeving.

Vervolgens het bodemgedeelte van de maag (antrum) en de uitgang ofwel maagportier (pyloris) richting de dunne darm.

De maag scheidt maagsap uit en dit bevat verschillende stoffen o.a.

* Water,

* Slijm,

* Zoutzuur,

* Hormoon (gastrine),

* Enzymen (pepsine en lipase).

 

De maag van het paard breekt eiwitten en deels vetten af en bewerkt vitamines en mineralen voor.

De voedselbrij verblijft ongeveer 2-6 uur in de maag.

.

 

Dunne darm:

 

De dunne darm heeft een totale lengte van wel 20-25 mtr en bestaat uit 3 delen.

* de 12-vingerige darm (duodenum),

* de nuchtere darm (jejenum) en

* de kronkeldarm (ileum).

 

Het 1e deel van de dunne darm is ongeveer 1 mtr lang en hier komen de alvleesklier en de lever in uit.

In dit stuk worden de alvleesklier sappen en de galsappen uitgescheiden. Zoals je misschien wel weet heeft een paard GEEN galblaas! Het gal wordt direct uitgescheiden in de dunne darm (dus niet opgeslagen in een galblaas zoals bij ons). Het alvleesklier-sap bestaat uit enzymen (voor de vertering van eiwitten, vetten, koolhydraten en suikers) bicarbonaat en hormonen.

Gal bestaat uit galzouten en galzuren deze zorgen voor de (voor)vertering en transport van vetten.

 

Het 2e deel (Jejunum) is wel 20 mtr!! Lang. De voedselbrij gaat hier traag doorheen zodat alle sappen van alvleesklier en lever goed kunnen inwerken.

 

Het 3e deel (ileum) is maar 30-70 cm en dit stuk is de overgang naar de blinde darm. De enorme lengte aan dunne darm hangt in kronkels aan een soort ophangband (mesenterium) aan de achterkant van de buikholte.

De dunne darm zorgt dus, net als de maag,  voor een enzymatische vertering van:

* Vetten,

* Eiwitten,

* Suikers en

* in mindere mate zetmeel.

 

De dunne darm absorbeert: zetmeel (in beperkte mate):

* Aminozuren,

* Suikers,

* Vetzuren,

* Vitamine A, D en E en

* Mineralen Ca, K,

* Sporenelementen.

 

Het voedsel verblijft ongeveer 5-6 uur in de dunne darm.

 

 

Blinde darm:

 

Na de dunne darm komt de voedselbrij terecht in het Ceacum (blinde darm). Het Ceacum heeft een volume van wel 30-35 liter en een lengte van ongeveer 1 meter. De blinde darm bestaat voor ongeveer 95 % uit water.

 

De Blinde darm is toch wel het belangrijkste deel van het spijsverteringsstelsel van het paard! Je kunt het zien als een grote ‘’fermentatiekamer’’ waarin alle vezels uit de voeding worden verteerd. In dit deel wordt onder invloed van verschillende micro organismen (bacterien, schimmels, gisten) de voedselbrij gefermenteerd. In de blinde darm leven voor het grootste gedeelte vezel verwerkende bacterien (de darmflora van het paard).

De blinde darm verteert dus vezels en kan maar in zeer kleine mate suikers, zetmeel en eiwitten verteren.

 

!!! Krijgt het paard toch te veel suikers of zetmeel binnen dan groeien juist de slechte bacterien harder dan de goede en zo sterven er veel goede (vezel verterende bacterien) af in de darmflora, en komen er schadelijke toxines vrij, met alle gevolgen van dien.

Deze toxines kunnen de oorzaak zijn van veel problemen als bijvoorbeeld koliek en hoefbevangenheid.

De darmflora komt dan in een disbalans met te veel slechte bacterien die melkzuur produceren. Melkzuur is schadelijk voor de darmwand en zorgen voor het verzuren van de darmen. Hierdoor raakt alles uit balans en vergroot het zelfs kans op koliek.

Over melkzuur bacterien maak ik nog een ander post.

 

 

Dikke darm:

 

De dikke darm bestaat uit het Caecum (blinde darm), Colon en Endeldarm. De dikke darm is totaal ongeveer 9 mtr lang. De dikke darm absorbeert:

* Water,

* Eiwitten,

* Mineralen (m.n. fosfor),

* Vitamine B en K.

 

De voedselbrij verblijft ongeveer 15 -20 uur in de blinde darm en is in totaal ongeveer 24 uur onderweg naar de endeldarm. De functie van de vertering is heel anders dan wat er in de maag en dunne darm gebeurt (enzymatische vertering) namelijk het fermenteren van VEZELS.

Dit gebeurt door micro-organisme, dit zijn vezel verwerkende bacterien ook wel de darmflora genoemd.

Vanuit de blinde darm wordt de fermentatie nog even voortgezet in het eerste stuk van de colon. In de colon wordt het meeste water geabsorbeerd en ook vind het de opname van elektrolyten plaats.

Vervolgens worden de mestballen gevormd en verlaten zo het lichaam via de endeldarm.

 

En zo hebben wij weer wat te doen :P